Onze school

Maarten van Rossem is een ondernemende en uitdagende vmbo school. Voor ons staat het leren van de leerling centraal. Daarbij gaat het niet alleen om het individuele leren, maar ook om het samen leren. Leerlingen van Maarten van Rossem die na 4 jaar vmbo een diploma halen, moeten met een meer dan gemiddelde kans op succes kunnen starten aan een ver- volgopleiding op een van de regionale oplei- dingscentra. Een aantal leerlingen heeft in de route naar het behalen van een diploma extra ondersteuning nodig. Deze leerlingen kunnen gebruik maken van de Leerwegondersteuning.

Passend Onderwijs

Wat is passend onderwijs?

Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Passend onderwijs beoogt dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen. Zo worden ze het best voorbereid op een vervolg- opleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving. Het speciaal onderwijs ver- dwijnt niet. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs.

 

Passend onderwijs legt zorgplicht bij scholen

De Wet passend onderwijs is op 9 oktober 2012 aangenomen door de Eerste Kamer. Vanaf 1 au- gustus 2014 hebben scholen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen ervoor verantwoor- delijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Om aan alle kinderen daadwerkelijk een goede onderwijsplek te kunnen bieden, hebben reguliere en speciale scholen samen regionale samenwerkingsverbanden gevormd. De scholen in het samenwerkingsverband ma- ken afspraken over de ondersteuning aan leer- lingen en de bekostiging daarvan. Maarten van Rossem valt onder het Samenwerkingsverband

25.06. Om de Informatiegids voor ouders te downloaden, gebruik dan de volgende link:

http://www.balansdigitaal.nl/media/3359471/informatiegids_passend_onderwijs_2014_vs2.pdf

 

Kameleonproject

Maarten van Rossem is drie jaar geleden ge- start met het kameleonproject. Een kameleon past haar kleuren aan bij haar omgeving. Maar- ten van Rossem past het niveau van de lesstof aan bij de leerling.

 

Waarom?

De meeste leerlingen leren niet elk vak in het- zelfde tempo. Sommige leerlingen zijn aan het eind van de basisschool al wel goed in wiskun- de maar nog niet zo goed in Nederlands of om- gekeerd. Toch krijgen ze vanaf de brugklas alle vakken op hetzelfde niveau. Voor sommige leer- lingen is de lesstof dan te makkelijk. Ze halen welhoge cijfers maar leren eigenlijk niets nieuws. Voor andere leerlingen is de lesstof nog te moeilijk. Ze halen lage cijfers, leren ook niet goed en raken hun plezier in het vak kwijt, soms voor altijd!

 

Hoe?

Wanneer een leerling twee toets periodes ach- ter elkaar voor een vak een 7,5 of hoger haalt, mag dit vak op een hoger niveau gevolgd wor- den. Wanneer een leerling twee toets periodes achter elkaar voor een vak een 5,0 of lager haalt, mag dit vak op een lager niveau gevolgd worden. Het laagste niveau is BBL en het hoog- ste niveau is TL. Deze afspraak geldt tot aan de start van het PTA (schoolexamen), voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, natuurkunde/ scheikunde, biologie, mens & maatschappij, eco- nomie, aardrijkskunde en maatschappijleer 2.

Leerlingen kunnen uiteindelijk gedifferentieerd examen doen. Een BBL-leerling kan bijvoorbeeld een BBL-diploma behalen met twee vakken op KBL-niveau en twee vakken op TL-niveau.